Kamp Westerbork

Na de machtsovername van Adolf Hitler vluchtten duizenden joden naar Nederland. Zij werden vanaf februari 1939 door de Nederlandse regering centraal ondergebracht in een opvangkamp in Drenthe. Vlak voor de Duitse bezetting telde dit Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork ongeveer 750 joodse vluchtelingen. Na de Nederlandse capitulatie mochten zij het terrein niet meer af en moesten zij arbeid verrichten. Begin juli 1942 kwam het kamp, dat aanvankelijk onder Nederlands bestuur had gestaan, onder verantwoordelijkheid van de Duitse veiligheidspolitie en stond voortaan officieel te boek als 'Judendurchgangslager Westerbork'. De enige bestaansreden van het kamp was joden en zigeuners (Sinti en Roma) naar het oosten te deporteren. Al op 15 juli werden de eerste joden op transport gesteld. Er zouden nog 92 transporten volgen. De meeste gevangenen kwamen in Auschwitz-Birkenau en Sobibor om het leven. In totaal heeft het doorgangskamp 101.525 joodse gevangenen geherbergd, van wie veruit de meesten niet langer dan enkele weken en soms zelfs maar een luttel aantal uren in het kamp zijn geweest. Er zijn ruim tweehonderd joden uit het kamp gevlucht.

De drie commandanten die het kamp heeft gekend, waren Duitse SS-officieren. De dagelijkse leiding had de bezetter echter in handen gelegd van de joodse gevangenen zelf. Het kamp bestond vanaf begin 1943 uit twaalf diensttakken (administratie, bestuur, industrie, hospitaal, keuken, et cetera) met aan het hoofd dienstleiders die door de kampbevolking waren aangewezen. Werken bij de diensttakken was zeer gewild, omdat dat - voorlopig althans - vrijstelling van transport betekende. Dat gold ook voor wie een baantje wist te bemachtigen bij de gehate joodse Ordedienst, die de geselecteerde joden met hun bagage naar de treinen bracht.

De dienstleiding, met Kurt Schlesinger als Oberdienstleiter, nam in het kamp een bevoorrechte positie in en bestond grotendeels uit de gevluchte Duitse en Oostenrijkse joden. Eén van de taken van de joodse kampleiding was het selecteren van degenen die op transport gesteld zouden worden. Op Dolle Dinsdag zochten veel NSB'ers in het kamp een veilig heenkomen om na drie weken weer te vertrekken: vrouwen en kinderen veelal naar Duitsland, mannen keerden naar huis terug. Begin 1945 werd een aantal barakken ingericht voor het gevangenzetten van ongeveer 380 niet-joodse, vrouwelijke politieke gevangenen. Daags voor de bevrijding van het kamp, op 12 april 1945, had kampcommandant Gemmeker Westerbork verlaten. De Canadese bevrijders troffen in het kamp circa negenhonderd gevangenen aan. Het kamp kwam nu onder de bescherming van het Internationale Rode Kruis.


Bladeren door de inventarissen over Kamp Westerbork

Kamp Westerbork

© Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie